Honger & Hormonen

Eet Gewoon podcast #1 met dr. Astrid Morrens

Waarom krijgen we honger, en hoe werkt dit precies? Dr. Astrid Morrens, endocrinoloog in ZNA  Jan Palfijn, vertelt ons meer over de hormonen en mechanismen die ons hongergevoel beïnvloeden. Wat zijn de effecten van obesitas op het  lichaam? Welke aanpak is aangewezen, en vooral wat zijn de moeilijkheden  en uitdagingen hierbij. Kennis motiveert niet, maar wat dan wel?

Show Notes

We bundelen besproken en aanvullende informatie in ‘show notes’. Deze aantekeningen geven onder meer informatie over de gasten; verwijzingen naar boeken, websites, of andere bronnen die tijdens het gesprek aan bod kwamen; en bevatten enkele spraakmakende quotes. De show notes geven op die manier een tekstueel overzicht van de podcast aflevering.

Verwijzingen:

  • Eetexpert, het kenniscentrum eet- en gewichtsproblemen

Verklarende woordenlijst:

  • Ghreline wordt afgescheiden door de maagwand en werkt de eetlust op.
  • Leptine wordt afgegeven door vetcellen en speelt een rol bij de regulatie van verzadiging en andere energie regulerende functies.
  • Insuline is een hormoon dat invloed heeft op de glucosestofwisseling en stimuleert onrechtstreeks ook de groei.
  • Adrenaline is een stresshormoon, net als cortisol en noradrenaline.
  • GLP1 behoort tot tot de incretines. Dit zijn stoffen die gevormd worden in de darmen. Ze regelen de afscheiding van insuline en vertragen de maaglediging.
  • Schildklierhormoon reguleert de stofwisseling van vrijwel alle lichaamsweefsels en stimuleert de lengtegroei.
  • Bariatrische heelkunde is de chirurgische behandeling van obesitas, bijvoorbeeld door een maagverkleining of -omleiding via een gastric bypass.
  • Oxidatieve stress is een toestand in de stofwisseling waarbij het aantal zuurstofverbindingen in de cel groter is dan normaal, en daarbij destructief werkt. Komt voor bij obesitas, net als bij ondergewicht, roken, of overmatig alcoholgebruik.

Transcript

We schrijven elke aflevering woord voor woord uit in een ‘transcript’. Zo kan je de Eet Gewoon podcast ook lezen.

begin muziek

BERT: De eerste aflevering gaat over honger. De belangrijkste reden waarom we eten, toch? Ons lichaam vraagt op die manier om energie zodat we kunnen blijven verdergaan. 

STÉPHANIE: Bij ons hier aan de tafel, een endocrinoloog. Ze woont net als ons in Mechelen, en ik ken haar als oud-collega uit ZNA Jan Palfijn in Merksem. Ik zou haar zelf omschrijven als een heel enthousiaste, heel betrokken en geëngageerde arts. Een deel van haar tijd gaat naar de behandeling van diabetespatiënten, maar ruimer gezien, zowat alles dat te maken heeft met hormonen en stofwisseling, welkom Astrid Morrens.

ASTRID: Hallo (kleine lach)

einde muziek

STÉPHANIE: Eum, wij hebben in onze basisopleiding psychologie hebben wij wel iets geleerd over hormonale processen, ik herinner mij bijvoorbeeld nog zo het hormoon ghreline dat dan uw hongergevoel ofzoiets zou aanwakkeren, hoe werkt dat precies allemaal?

ASTRID: Ja. Da’s om te beginnen al een moeilijke vraag (kleine lach) Om het eenvoudig uit te leggen klopt het inderdaad dat er twee hormonen zijn die eigenlijk in een soort van balans samenwerken, waarvan we enerzijds het verzadigingshormoon hebben, leptine, en anderzijds het hongerhormoon, ghreline. En dus euh, wanneer men lang niet gegeten heeft, krijgt men honger en gaat ghrelinespiegel stijgen. Na het eten zien we eigenlijk dat de leptinespiegels omhoog gaan, en dat, de verzadiging optreedt.

Wat ook heel belangrijk is bijvoorbeeld als mensen vermageren, want leptine, waar wordt dat aangemaakt, dat is in de vetcellen. Dus eigenlijk, bijvoorbeeld als patiënten vermageren gaan ze ook vetcellen verliezen, dus gaan ze intrinsiek ook minder leptine maken, en dat gaat soms ook heel ons metabolisme vertragen. Dus ja, het heeft inderdaad, het is heel complex.

STÉPHANIE:: Ahja.

ASTRID: Natuurlijk gaat verzadiging ook op een heel andere manier komen omdat we dat ook wat cultureel kunnen kaderen in: ik heb voldoende gegeten, als we dat zien bij anderen. Dus het samen eten is denk ik ook heel belangrijk. En ik denk dat honger ook eerder een gedrag is, dan echt een, ja, dat dat eigenlijk, alé, niet alleen hormonaal zal gestuurd worden. Bijvoorbeeld ook de maaguitrekking. Dus ge ziet bijvoorbeeld na bariatrische heelkunde, mensen hebben een kleinere maag, dus de maag gaat veel sneller bij een kleine portie uitzetten, en dus die gaan dus veel sneller verzadigd zijn.

Dus dat eigenlijk, dat zijn ook wat mechanische mechanismen dat triggeren dat die signalisatie op gang komt.

BERT:: Ge hoort soms ook mensen zeggen, goh, ik heb altijd honger, of anderen mensen die nooit honger hebben, kan da?

ASTRID: Bijvoorbeeld mensen die een ketogeen dieet volgen, die gaan in ketose gaan, en dat is dan vaak den truc van dat dieet, dat die dan inderdaad geen honger gaan voelen. Dus binnen specifieke diëten denk ik dat dat wel kan eh. Het is ook misschien een kwestie van honger toelaten. Om nog eens terug op verzadiging terug te komen, dat is dan zowat dieje tegenhanger eh. Dus we weten dat we 15 minuten nodig hebben als we aan het eten zijn, dat de maag voldoende kan uitrekken om onze verzadiging te geven. Dus ja, als ge te snel eet, dan eum, dan zijt ge eigenlijk nog niet met 15 minuten, en dan kunde gewoon blijven eten eh. Ge kunt ne tweede snickers, ne derde snickers pakken, want als ge dat heel snel opeet, ja dan hebde ge geen stop, dan hebde gij geen beveiliging eh.

STÉPHANIE: Wat dat mij ook wel opvalt is, den impact van stress uiteraard eh. Zo als ge gestresseerd zijt, ik denk ook, als ge dan kijkt vanwaar dat dat komt, dat, ergens evolutionair gezien, is dat heel slim dat als ge stress hebt, dat ge niet bezig zijt met, ik moet nu mijzelf gaan voeden, maar dat gij gewoon op stress kunt reageren en daarmee kunt omgaan. Dus op zo’n momenten denk ik dat ge automatisch al minder uw hongergevoel voelt.

ASTRID: Ja klopt. Ik denk uiteindelijk, kunnen we dat gaan herleiden tot, inderdaad, de stressreactie dat ge heel veel adrenaline aanmaakt en dat ge op dat moment gewoon geen tijd hebt. Uw spijsverteringssappen gaan stoppen met geproduceerd te worden eigenlijk, en ge gaat inderdaad geen honger voelen. En misschien dat al die zaken van honger en genoeg, dat dat eigenlijk vanuit de ontwikkeling komt. We moeten wel honger voelen, want anders dan, als ons tank leeg is, dat is gelijk uwen auto eh. Dan stopt, dan staat ge in panne op de autostrade, dus dat… Honger is misschien ook wel ons veiligheidshormoon, maar in tijden van overvloed kan het ons niet beschermen eh, dus euh, ik denk dat honger héél belangrijk is om te voelen.

BERT: En is craving dan eerder iets dat we moeten vergelijken met honger, of toch met goesting?

ASTRID: Ik denk dat craving, ik ben natuurlijk geen psycholoog of psychiater eh, maar dat dat eigenlijk, eum, meer goesting is, dus meer eigenlijk gewoon ons gedrag naar eten, en eum, onze drang misschien ook naar beloning eh. Dus euh, dat is wat heel belangrijk is in obesitas is die beloningsstrategie die daar vaak achter zit bij goesting en bij, ‘ik voel me goed’, want er komen ook wel goeie hormonen vrij als ge goed eet, en dat geeft een gelukzalig gevoel en dat is wel fijn om te hebben eh.

STÉPHANIE: Ik merk dat bij mij ook in de praktijk dat dat voor mensen ook heel moeilijk is om dat onderscheid te maken zo eh, wanneer is dat nu, wanneer heb ik nu honger

ASTRID: Ja dat is ook zo. Als kindjes geboren worden, ge moet ze, dan moet ge ze eten geven, daar is niks verkeerd mee, ik denk dat honger eigenlijk een heel zuiver en puur signaal is van ons lichaam, ja, en dat eigenlijk inderdaad dan binnen de overdaad wel meestal goesting en gedrag gaat zijn.

STÉPHANIE: Ja, ik vind het heel mooi hoe ge zegt, inderdaad, dat is een heel puur signaal, maar het is heel snel dat er cultureel heel wat invloeden bovenop komen zitten, waardoor dat het niet meer makkelijk is om te voelen, ja, is dit nu wel honger. Terwijl, gelijk ge het omschrijft, een baby’tje dat honger heeft, dat weent en dat is duidelijk, ‘ik heb honger’, en dat gaat nie over zo heb ik daar nu zin in of niet of alé, dat is gewoon honger, punt. Dat is al heel snel dat dat toch zo wel wat troubleert om het zo te zeggen en dat dat niet meer duidelijk is.

ASTRID: Ja, of ge hebt gewoon honger in uw stukje taart op uwe verjaardag en als dat er niet is dan was dat gene goeie verjaardag, als dat een cultureel gegeven is. Of als ge elk weekend koffiekoeken krijgt op zondag van uw ouders en dat is er ne keer nie, dan hebt ge ook wat honger, want dan hebde dat niet gehad, alé.

STÉPHANIE: Dat is dan eerder echt zo de gewoontes.

ASTRID: Ja.

STÉPHANIE: Als ge gaat kijken vanuit psychologische hoek is dat ook vaak dat ge ook ziet dat er lichamelijk ook wel wat verandert, dat er inderdaad ook uw hersengebieden en hormonen dat die al dingen beginnen doen, dat ge al begint te anticiperen, waar dat ge daarstraks over sprak, zo het beloningssysteem, dat begint al precies te anticiperen op die taart nog voor dat dit taart er is, waardoor dat ge heel veel drang voelt, eum. 

En ik denk op dat vlak, inderdaad, lijk dat ge zegt van, de impact van gewoontes, van het culturele is heel groot, en wat dat ik ook vanuit mijn eigen ervaringen ook wel iets vind dat ik heel gek vond, de betekenis dat zo het gevoel van honger dat dat ook kan hebben. Bijvoorbeeld, ik heb ne hele tijd heel restrictief gegeten dan tijdens mijn eetstoornis, het gevoel van honger dat werd iets positief ofzo. Want zolang dat ge honger voelt, ‘zijde goed bezig’ of alé, zo, 

ASTRID: Dat is wat ge er aan geeft dan zelf eh

STÉPHANIE: Ja.

ASTRID: Want bijvoorbeeld, om over die taart terug te komen, het is ook totaal niet erg, dus ge moogt daarvan genieten, en als ge zegt op mijne verjaardag hoort die taart dat mijn mama gebakken heeft. Maar ik denk, en ik denk dat dat eigenlijk het punt is wat dat ik heel vaak tegen mijn patiënten zeg is dat, ge kunt goestingen hebben, cultureel, dat is ook heel mooi, maar op een gegeven moment, zijt ge, inderdaad, als ge een grens overgaat, en ge hebt een probleem met gewicht, ge hebt daar geen intrinsieke bescherming tegen eh. En dan gaat ge eigenlijk met gedrag en met zelf nadenken wat zijn de dingen die ik, euh, ja, die ik anders kan aanpakken, want ja, intrinsiek gaat uw lichaam misschien toch wel altijd hunkeren naar, zeker in een maatschappij van overvloed, naar eigenlijk verzadiging en naar nog meer en nog meer, ja. Denk ik eigenlijk, vrees ik eigenlijk voor.

STÉPHANIE: Wat is ook wat ge vaak hoort ook zo, we zijn niet gemaakt om af te vallen, we zijn alleen maar gemaakt om bij te komen en reserves op te slaan, inderdaad voor als er dan hongersnood is. Eum, wat het ook zo moeilijk maakt om gewicht te verliezen.

ASTRID: Klopt, ja.

kort muziekje

ASTRID: Als ge bijvoorbeeld aan diabetespatiënten vraagt, hebde honger, wanneer gaan zij dat hebben, bijvoorbeeld bij een hypoglycemie. Dus als patiënten hun suiker onder de 70 mg/dl zakt, dan gaan ze gewoon een craving krijgen, een hongergevoel, om toch hun suikerniveau op peil te krijgen, dus ik denk dat honger een zeer, ook naar, evolutionair, een zeer belangrijk signaal is, dat we allemaal hebben, om ons voldoende van energie te voorzien, en dat is zeker een groot verschil met goesting, dat we eigenlijk, ja, op een gegeven moment, oké, als het zich aandient, ja oké, ik neem nog iets want het is er, dat dat eigenlijk toch een groot verschil is met honger lijden en de reacties die in het lichaam eigenlijk als beschermingsmechanismen er bestaan, euh, dat toch een groot verschil is met die goestingen, die we hebben.

Als ge met diabetes type I – patiënten spreekt over hun hypoglycemie-gevoel, dat is echt, dat gaat echt, dat komt van heel diep.

Ik had zo een patiënt en eum, zij is mama, zij is in de 40, en ze is recent bij mij gediagnosticeerd met type I diabetes, en ze heeft een zoon van 11 jaar nu, die al van zijn 4 jaar diabetes type I heeft, en eigenlijk bij hare eerste hypo zei hare zoon van: “ziede wel mama, nu snapt ge mij eigenlijk wel eh” Hoe dat ik eigenlijk al die jaren, dat was dan soms zo van “hey wat hebde gij nu weer allemaal, euh, binnen gestoken”, dat dat eigenlijk zoiets is dat ge dat “ziede wel”, dat u dat eigenlijk heel hard overmant, dat is die bescherming, want als die suiker zakt, dan gaat het lichtje uit, en dan euh, dus dat is, ja, wel echt heel belangrijk om te voelen, zeker voor bijvoorbeeld patiënten met hypoglycemie.

kort muziekje

STÉPHANIE: Er wordt ook wel regelmatig gezegd van, het is heel belangrijk om zo de insulinepieken te vermijden om het zo te zeggen.

ASTRID: Klopt. Bij diabetespatiënten?

STÉPHANIE: In het algemeen.

ASTRID: Ja. Ik denk, inderdaad, insuline bijvoorbeeld eh, al onze kinderen, dus tot de puberteit, insuline is een groeihormoon, dus dat gaat eigenlijk ook uw metabolisme stimuleren, eh. Dus we hebben insuline nodig, en gaat inderdaad eum, uw hongergevoel geven, de groei stimuleren, dat is vanuit de ontwikkeling, maar insuline bijvoorbeeld, in de niet-diabetespopulatie hebt ge dan mensen eigenlijk die veel suikers eten, wat moet het lichaam doen, meer insuline maken, op een gegeven moment is er toch een afname van de suiker door het verteren, de insulinehormoonspiegels blijven soms te hoog, en dan gaan die patiënten bijvoorbeeld na 2 uur, typisch dat dipke hebben. Ah zo van, ik heb toch, ik voel me terug flauw, ik moet terug eten. Dus ik denk dat dat binnen zeker een groot deel van de groep obese patiënten die we volgen dat dat toch ook wel een deel kan zijn, en dat dan eigenlijk een dieet met minder koolhydraten vaak ook succesvol kan zijn. En in extremis, als we gaan spreken van koolhydraatarme voeding, waarbij ge zelfs in ketose gaat, gaat dat eigenlijk ook het hongergevoel volledig lam leggen. Dus ik denk dat dat wel om behandeling van diabetes, kan dat wel een interessante pathway zijn om te gebruiken.

In de anamnese bevragen we dat eigenlijk aan patiënten of dat ze soms zich ne keer zich flauw voelen in de namiddag en dat ze dan nog iets extra eten. Want per definitie is eigenlijk elke obese patiënt met een bmi boven de 30, heeft die eigenlijk wat insulineresistentie, en gaat die bij een zekere hoeveelheid suikers dat die eet, eigenlijk een beetje overshooten met zijn insuline en per definitie wel eens een dipping doen en echt ne keer een ietske te lage suiker en daar weer dan met een hongergevoel op reageren, hypoglycemie, honger, en terug euh, dat dat aangezet wordt tot extra te eten. Dus dat speelt eigenlijk bij al onze patiënten, bij als ge een bmi van boven de 30 hebt, speelt dat quasi altijd wel voor een deeltje mee.

STÉPHANIE: Ahja. Nu er is ook ondertussen heel wat onderzoek gebeurd dat gewicht niet zozeer bepalend is voor gezondheid, maar dat het eerder gaat over de gewoontes en het gedrag, zoude kunnen stellen van, iedereen met bmi 30 heeft een grotere kans op insulineresistentie, of hangt dat vooral…

ASTRID: Ja dat is zo, ja. Dus ik denk inderdaad, ik denk, in mijn opleiding zelf dat we zo een tijdje hebben gesproken over obese en healthy obese en unhealthy obese. En hij schept inderdaad een grote verdeling tussen de gezonde vetten en de ongezonde vetten, die inderdaad een andere hormonale afscheiding geven. Maar toch zeggen we dat niet, ik zeg niet healthy obese niet meer tegen mijn patiënten omdat ge weet vanaf een zeker moment gaan die vetcellen in een ongunstig milieu, alé, gaan die ongunstige hormonen vrijstellen eigenlijk, en gaan die heel die resistentie verergeren. En dus, het is eigenlijk een beetje zo, bij een bmi van 30, die zijn op een gegeven moment gezond, die hebben geen diabetes, die hebben geen leversteatose, maar dan gaan die over 10 jaar daar wel naar evalueren. Dus per definitie als uw aantal vetcellen vrij hoog is, gade eigenlijk wel risico ontwikkelen en dan is het kwestie van tijd waarschijnlijk dat ge toch op een gegeven moment insulineresistentie en zaken gaat ontwikkelen.

STÉPHANIE: En kunde gewicht daar als een oorzakelijke factor uithalen, of is dat altijd wel in combinatie met…

ASTRID: lichaamsbouw…

STÉPHANIE: Wat eten ze, inderdaad lichaamsbouw,..

ASTRID: uiteraard

STÉPHANIE: maar ook hoe gedragen ze zich, dus niet zozeer dat gewicht an sich ne factor is, of..

ASTRID: Ja…eum… Dat is inderdaad… De groepen die zich ermee bezig houden zeggen, ge moet niet meer naar dat gewicht alleen streven, maar we zien toch bijvoorbeeld als we patiënten kunnen 10% lichaamsgewicht doen vermageren, zien we dat ze minder slaapapneu hebben, dat ze minder diabetes ontwikkelen, minder leversteatose. Ja, ergens is toch dat gewicht, en die massa vooral van vetcellen, die we bv ook met een impedantie kunnen meten, daar draait het eigenlijk wel om. Die vetcellen, eigenlijk de vetcel is de meest hormonaal actieve cel in ons lichaam. We hebben de bijnier enzo, maar als we gaan kijken, die vetcel die is gewoon fenomenaal. Dus die is enorm hormonaal actief, en vanaf dat die, ik denk dat voor mij is eigenlijk die 30 is gewoon vanaf welk moment moet ik mijn patiënt inschalen als hoogrisico op metabole aandoeningen. En dan is dat voor Europeanen, het caucasische ras, is die bmi, is dat eigenlijk wel 30. Bijvoorbeeld Aziaten hebben bij een bmi van 27, spreken we al van obesitas. Dat is eigenlijk toch wel heel strikt eigenlijk. Ja. En dan is het een kwestie van tijd.

STÉPHANIE: Ik weet van, afvallen, uw lichaam is daar niet voor gemaakt. Stel u voor dat iemand met een hoog gewicht, zijne stijl, zijne voedingsstijl helemaal aanpast, en best evenwichtig eet, maar wel nog met een hoog gewicht zit, omdat ons lichaam daar eigenlijk niet zo goed in is. Zoude dan kunnen zeggen, dieje is wel perfect oké en gezond?

ASTRID: Dat komt dan weer tot het aantal vetcellen dat ge hebt en hoeveel negatieve signalisatie er zal zijn. Ge moet wel, bijvoorbeeld mensen die obees zijn, die hebben een hoger rustmetabolisme omdat ze gewoon meer vetcellen hebben, dus die moeten ook meer calorieën eten. Dus als ge eigenlijk ook al bende eigenlijk obees en ge hebt genoeg geduld, als gij gewoon op een gegeven moment zegt, ik neem een goei dieet. Ik zeg dat ook vaak, ik heb liever 2 kg/jaar dan 2kg/week eh. Want dat zijn de goeie evoluties. Dus ik denk echt als ge zegt dat is een gezond dieet en ge kunt dat volhouden dat ge misschien over 10 jaar aan uw goei gewicht zit, op een heel goeie, rustige manier, of misschien gaat het zelfs sneller. Dus eum…

STÉPHANIE: En stel u voor dat die nu geen gewichtsverlies, dus eigenlijk…

ASTRID: Maar dat zou niet mogen eh. Dus, als mensen obees zijn hebben ze dus eigenlijk een hoger rustmetabolisme, dus ze gaan gewoon meer gebruiken. Dus ge moet eigenlijk al wel ietske meer eten om uw massa te kunnen…behouden.

STÉPHANIE: Maar stel u nu voor dat ze nu dus blijven meer eten, maar wel gezonde producten. Zou dat dan op termijn iets veranderen aan dat metabole stuk?

ASTRID: Hun nutritioneel bilan zal beter zijn eh, dus hun vitamines gaan beter zijn, dus dat zal wel helpen eh. Ik denk, het blijft een stresssituatie tussen aanhalingstekens voor uw lichaam en voor uw metabolisme, dus op een gegeven moment.

STÉPHANIE: Het is niet dat dat ne impact zou kunnen hebben ook op dat metabolisme. Dat ge door gezonder te gaan eten, of evenwichtiger te gaan eten, het is niet dat dat verandert ofzo.

ASTRID: Ik denk dat porties toch wel altijd ne cruciale gaan zijn, om toch inderdaad wel daar ook naar gezonde porties te streven. Dus eh, voor een vrouw, qua koolhydraatporties dat we vaak doen bij diabetespatiënten, 3 a 4 porties, dat zijn 3 of 4 boterhammen, is eigenlijk een ruim ontbijt voor een vrouw. Dat moogde ook gewoon zeggen eh. Dat is soms van, soms moeten mensen dat ook leren eh. Eum, ik weet als mijne zoon terugkomt van de scouts dan eet m 4 dubbele boterham eh. Dubbel en nog eens dubbel, want zo doen ze dat op de scouts eh, da’s wel heel stoer, maar ik probeer ook snel terug tot een normale portie te herleiden, want ene keer als gij gewoon altijd denkt van dat is mijn portie, dan eum, dan gade daar gewoon voor eh.

STÉPHANIE: Ja, want we gaan het er in de komende afleveringen zeker ook nog over hebben, dat er ook een aantal experimenten ooit zijn gebeurd, waar dat inderdaad bepaalde ideeen of gedachten in ons hoofd ook wel wat beinvloeden bijvoorbeeld. Dat zo dat ghreline-hormoon bijvoorbeeld dat dat ook afhankelijk is van, hebde gij het idee dat gij genoeg gegeten hebt of niet, dat dat op zich al ne invloed kan hebben op…

ASTRID: Klopt. Ik denk inderdaad dat dat effectief meespeelt. Dus ik denk dat dat ook dat opvoeden, da goesting, en die porties, dat culturele en die gezinsgewoontes, inderdaad invloeden van de school, van hobby’s enzo.

B: Wat dat ik heel lang gehad heb, maar daar ben ik ondertussen ook wel wat van af. Als ik zo, niet warm had gegeten op ne dag, dat ging niet. Stel, ontbijt en dan smiddags door omstandigheden brood, en dan ‘s avonds nog eens brood, dan kon ik thuiskomen en dan had ik nog wel echt mijne warme maaltijd nodig zo. Dat idee loslaten was voor mij… dat is ne lange weg geweest.

ASTRID: Klopt.

BERT: Omdat dat inderdaad zo een gewoonte is, ‘k weet niet, dat ging ook niet voor mij, om de dag af te sluiten zonder ne warme maaltijd. Dat was zo…

STÉPHANIE: Ja, want ge merkt dat nu ook bij de meisjes. Alé, die zijn, nog veel minder beïnvloed door gewoontes, langs de andere kant al wel voor een heel groot stuk. Maar bijvoorbeeld Mies kan bijvoorbeeld perfect ‘s middags ineens heel veel eten, dat ik denk van, amai, waar steekt die dat allemaal, maar zo automatisch eet die dan ‘s avonds wel wat minder.  En die kan wel nog veel meer vertrouwen precies op dat gevoel van ja, nu had ik het efkes nodig, maar dat reguleert zichzelf dan precies wel weer. En, Ik vraag me soms af of we daar als volwassenen zo niet terug naar toe moeten, zo hoe kunnen we echt terug tegoei voelen wat dat we nodig hebben.

ASTRID: Ja, ja, ja, en dat het niet verkeerd is, inderdaad, dat vast stramien wat los te laten, eum… Maar dat is vertrekkende vanuit een gunstig gewicht. Ene keer als men dan obees is, is da vaak dat ge toch efkes terug dat stramien moet erin gooien, en ik denk dat dat eigenlijk heel vaak, dat ge heel ver terug moet gaan in, in terug aanleren, opvoeden van, eigenijk dat is oké, dat is genoeg. Ik heb voor mensen, dat is misschien grappig, of misschien niet grappig, sommige mensen die dat eigenlijk heel moeilijk vinden, die zeggen van, wat moet ik nu eten, hebde een heel makkelijk dieet om te zeggen eh. Ne patiënt en dieje zijn ogen zijn open gegaan, dat is het FDH-dieet. Fret-Den-Helft. Maar dat is voor die man… Mijn diëtiste kwam, wat hebde nu gezegd, want dieje man is helemaal in shock. Maar dieje was wel 10 kg vermagerd. Dieje at 2 pizza’s, als die pizza’s ging kopen, in zijne diepvries, diepvriespizza, dieje stak er 2 in. Ik zei, meneer, ene is voldoende, neem de helft. En dat is dan niet slecht bedoeld, dat ge niet moogt eten, want dat is totaal mijn advies niet. Maar dieje man dat was ne havenarbeider, we werken in Antwerpen, en dat was heel concreet, en diene is daar mee aan de slag… Ik zeg dat tegen al mijn vrienden, fret den helft. En dat is heel onnozel, ma ik heb dat goed bedoeld, ik heb dat nooit, ik wil dat niet slecht bedoelen. Maar soms heel eenvoudig zeggen van, uw portie is niet oké, die 2 pizza’s. Oké, als ge heel de dag aan de haven laden en lossen, ja die mannen hebben grote porties, maar die moment, ik weet al niet meer, was die niet aan het werk of zo, ja dan heeft die dat niet nodig, en dan moet die leren…Ik heb wat havenarbeiders die dan op pensioen zijn ofzo, die zeggen mijn vrouw smeert nog altijd mijn 8 boterhammen. Ja, nu op pensioen is dat niet meer nodig, want ge zijt daar niet aan het laden en aan het lossen. Maar op momenten dat gij, dat die, zware inspanningen doen, onze sporters, ja, die steken we vol suikers, die moeten het kunnen, als ge ziet naar de tour de france, ik zou u de porties koolhydraten dat daar verbruikt worden…alé, koolhydraten zijn gezond eh, voor mensen die sporten, als ge uw spieren gebruikt, eet alsjeblieft koolhydraten. Dus dat die porties ook gebonden is aan uw activiteiten en euh,

Hoewel dat sommige mensen misschien heel rare gewoontes hebben, en die wel een goei gewicht hebben. Het is soms niet verkeerd om gewoon rare gewoontes te hebben. Het is gewoon vanaf wanneer is het een ziekte, in mijn ogen is dat toch zo, vanaf wanneer zijn we metabool niet goed bezig en moeten we er iets aan doen. Want ja, er zijn veel dingen… Het is ook niet verkeerd om af en toe iets niet volgens de regels te doen. Zolang dat het binnen de perken is, is het oké, vanaf dat het dan een ziekte wordt, gaat ge dat inderdaad aanpakken en ja, dan moet ge daar ook efkes door, door die fase.

STÉPHANIE: Ja, want ge zei, het is wel ne cruciale grens, bmi 30. Maar bv iemand met een bmi 21, 22, die leeft van snickers. Wat betekent dat, dat kan toch ook niet gezond zijn? of dat…

ASTRID: Nee nee nee, want die gaan ook, dat gaat niet goed eh. Dus eum… Ge hebt mensen die leven op cola.

STÉPHANIE: Want, ziet ge dat dan bv aan vetcellen of andere zaken in het lichaam.

ASTRID: Ja tuurlijk, uiteindelijk gaan die hun reserves heel weinig zijn, die gaan ook naar vitaminetekorten… Bijvoorbeeld, want ja, koolhydraatarmdieet, ik ben efkes zo begonnen, maar als ge dat blijft eten, gaat ge ook vitaminetekorten krijgen eh. Dus ik denk, het is best om gewoon een vrij gebalanceerde voeding, ja met wat brood. Brood is niet slecht eh, alé, wat brood, wat pasta, wat groenten, af en toe iets van vis en vlees in een normale portie. Ene keer als ge in een negatieve signalisatie zit van oxidatieve stress, wat vaak bij obesitas is, maar ik denk ook bij mensen die ondervoed zijn, da’s eigenlijk ook bij anorexie-patiënten, ziede dat ook, ja dat gaat toch een zekere resetting geven van uw metabolisme en dat is natuurlijk niet gewenst.

We hebben eigenlijk een aantal andere hormonen. We hadden het al over leptine en ghreline, maar we hebben bijvoorbeeld GLP1. Dat is eigenlijk een hormoon dat we de laatste 10 jaar in de obesitas, alé, dat is eigenlijk een eyeopener geweest. Dus GLP1 is eigenlijk een hormoon dat vrijkomt na 15 min – 30min als we verzadigd zijn, dat geeft dan dat verzadigingsgevoel, die uitrekking van de maag enzo. En na een half uurtje is dat uit de bloedbaan. En wat dat wij gezien hebben is, als wij dat hormoon, dus wij hebben eigenlijk injecties, dat 96% gelijk is aan het menselijk GLP1, als we dat aan patiënten geven, hebben ze heel snel een verzadigingsgevoel, en gaat hunne suiker ook beter, met eigenlijk een injectie één keer per dag. Eum, om eigenlijk dan, in plaats van dan pas 15min na hun maaltijd gedurende een half uurtje dat hormoon in hun bloedbaan te hebben, nee in een hoge concentratie 24u aan een stuk. En patiënten zijn verzadigd, en in dus 1 op 2 hebde dat het werkt, en bij de patiënten dat het werkt is dat gewoon waauw. Die zeggen van, amai, zo lang heb ik mij niet gevoeld, dat was wat ik miste. Ik heb patiënten die heel veel vermageren en die gewoon ook zeggen van, ik voel mij terug oké, ik voel precies dat mijn lichaam terug werkt zoals het hoorde. Dus we zien bij type 2 diabetespatiënten dat dat GLP1 ook minder goed werkt, dat van hun eigen. Dus ge geeft eigenlijk terug, wat dat zelf niet goed gemaakt wordt. En hetzelfde binnen obesitas, dat eigenlijk dieje pathway bij sommige patiënten wel een deel van het probleem is. Als ge dat dan kunt corrigeren is dat eigenlijk wel heel heel mooi.

BERT: Ik ben er zelf in therapie achter gekomen dat ik mij zelf jarenlang voortdurend overeten heb. Dat ik het gevoel van opgeblazen zijn, dat ik dat verwarde met verzadigingsgevoel, en op het moment dat dat opgeblazen gevoel verdween, dan kreeg ik een soort paniek, dat was voor mij dan honger, waardoor ik opnieuw moest gaan eten. Eum, zijn er zo nog signalen dat je ziet, mensen verwarren dat met honger? Of wat zijn zo de juiste signalen?

ASTRID: Ja, ik denk, dat we allemaal wel onze intake wel wa kunnen in het oog houden, en dat ge wel gewoon weet van, ja, als ik al de hele niet heb gegeten, dan zal ik, wat ik nu voel wel honger zijn natuurlijk eh. En dat ge dat eigenlijk wat bewust kunt doen. Als gij smorgens hebt gegeten, 2 uur later zoude dan eigenlijk tegen uzelf moeten zeggen, ja maar ik heb een goed ontbijt gehad, ik kan nog wel wat wachten. Eum, en daarmee dat ik ook wel heel graag met psychologen samenwerk, in de aanpak van obesitas, dat we daar ons terug bewust van worden, dat dat eigenlijk wel opgegeten is, en dat het oké is om nu effekes niet te eten. Dus ik denk dat dat heel veel te maken heeft met bewustwording, en eum… en met, het is oké. Want zo inderdaad, de paniek of de inderdaad zo… Of wat ik daarstraks ook zei, de mensen die na een suikerrijke maaltijd na 2 uur eigenlijk een dipje voelen, ja die voelen dat wel, dus… Dat is soms zo, het begint allemaal met een goei dieet. Ge start eigenlijk, als obesitaspatiënten bij mij aankomen, ik heb toch echt wel graag eens een goeie diëtiste die een uur lang de tijd neemt om echt eens te gaan kijken, wat eet die patiënt effectief, met een eetdagboek dat die moeten bijhouden. Dat ge sommige dingen die die vertellen begrijpt, met zo’n porties, of bij zo’n samenstelling van de voeding, voelt ge wel die en die dingen, om die specifieke klachten te kunnen begrijpen, en daar uitleg over te geven, dan moet ge toch wel nog meer informatie hebben dan alleen, ik voel honger, dan moet ge toch we dat dieet daarnaast kunnen zien, en misschien toch een aantal zaken in levensstijl en eetgewoontes van de voorbije jaren enzo, dus eum…

STÉPHANIE: Ik zie dat, denk ik, als de grootste uitdaging. Gelijk dat ge zegt van, er is de ene kant: het gevoel, het lichamelijke, en langs de andere kant zo’n beetje uwe rationale ofzo, die probeert te bedenken, gelijk dat ge zegt, ge hebt daarstraks een ontbijt gehad, en de grootste uitdaging, als psycholoog dan, daar terug ne balans in vinden. Als ge helemaal volledig u overgeeft aan uw gevoel, natuurlijk vanuit een aantal gewoontes en gebruiken, houde dan vast aan verkeerde dingen, of dingen die u niet opleveren wat dat gezond is voor u, maar langs de anderen kant, ook helemaal in dat rationele gaan zitten, da’s dan…

ASTRID: Dat gaat ook niet.

STÉPHANIE: Dat gaat ook niet, en dat leidt ook tot iets heel rigide, of iets heel star. Want dat is dan uiteindelijk een beetje waar dat het in de eetstoornis wat meer naartoe gaat. Dat ge zegt, ok, ik geef mezelf nu dit, dus ik moet nu toekomen tot dan, en meer mag ik niet eten, terwijl misschien voelt ge wel vanalles, maar daar gaat ge dan niet op responderen, dus het is zo… Ik denk dat dat zo de belangrijkste weegschaal is ofzo, om tussen die twee zo wat ne balans vinden.

ASTRID: Het is dat. Het mag natuurlijk zijn en effectief ja… Hoewel ene keer als ge dan iemand gaat behandelen gaat ge toch altijd een aantal zaken moeten kunnen corrigeren en is het wel in zo’n stramien eh. En eigenlijk is dat vaak mijne hoop, of wij hebben, als ik patiënten behandel, dat ze dat kunnen incalculeren in een nieuwe levensstijl, ja, een nieuwe ik eigenlijk vinden, met nieuwe gevoelens en nieuwe gewoontes eigenlijk eh.

STÉPHANIE: Ja, ik blijf er misschien wat veel op hameren, maar zo eum, ge zei daarstraks zo, de grens van 30 is heel cruciaal, eum, maar ik weet dat er zo wel, alé, er is een hele beweging, die zoiets heeft van, dat gewicht, ge moet dat echt loslaten want er is zoveel stigma rond overgewicht en dat stigma helpt ons echt niet voort, door de focus altijd op dat gewicht te leggen, blijft dat stigma ook wel er zijn.

ASTRID: Het gaat ook over risico’s. Wij doen, alé, ik vind dat ook wel fijn, wij doen ook aan preventieve geneeskunde. Vaak zie ik jonge vrouwen die nog kinderen gaan krijgen met bijvoorbeeld wat overgewicht, of bmi 27 of 29 of zelfs iets meer. En die zijn inderdaad gezond, want ik ga hier nu niet zeggen dat een bmi van 30 per definitie ongezonde mensen zijn, da’s ook weer dat preventieve. Per definitie gaat ge eigelijk zien dat die mensen op termijn metabool ongunstig evolueren. En door die dan 10% van hun lichaamsgewicht te verliezen, gaat dat weg zijn. Dus ik denk dat dat soms wel wa, ja dat is wat confronterend eh. Want, eetexpert is daar heel hard mee bezig, om niet het gewicht als…

STÉPHANIE: ja, ja.

ASTRID: Maar als we dan gaan kijken naar de studies, dan zien we wel dat dat gewicht, en de impact van gewicht, op bv zelfs overlijden eh… We weten bv dat jonge mannen, dus jongen mannen met een bmi van 40, overlijden 12 jaar vroeger dan mannen, dan mannen dat een normaal gewicht hebben. Maar, doe je die groep in 60jarigen, dan is dat niet, die leven even lang. Dus als je 60 jaar bent, hebt ge eigenlijk al aangetoond, ik ben goed bezig. Dus ik denk dat ik ook heel hard, eh, dat maakt minder uit eh,…Als een patiënt van 60 bij mij komt en ongelukkig is over zijn gewicht, ik begrijp dat wel, maar dan ga ik veel minder streng zijn dan ne patiënt van 30 jaar. Want iemand van 30 jaar, eigenlijk in de statistieken heeft die, is dat 12 jaar, da’s slecht, of even slecht als roken, op uw levensverwachting. Dus dat is vaak toch ne eyeopener voor zo van, kijk, ge moet er echt wel aan werken. Naar de toekomst toe eh, dat is dan die preventieve geneeskunde.

Ja, ik heb daar heel veel discussie, we hebben daar in de groep, dat was een groep met diëtisten ook, chirurgen, huisartsen, discussies wel over gehad.

STÉPHANIE: Ja, want er zijn ook wel heel veel studies die zeggen, ge kunt gewicht er niet uithalen omdat gewicht ook vaak samenhangt met bv slechte economische situaties, eum… mensen die bv echt met heel veel stress zitten door schulden die ze hebben, dat dat ook heel vaak comorbide is aan dat gewicht, dat het ruimer is, en dat het heel moeilijk is als dé oorzaak, dat dat korter leven ook een stuk daarmee samenhangt, maar…

ASTRID: Ja, uiteraard. Dat zal multifactorieel zijn. Maar vaak zijn patiënten ook zo blij, al is het maar 2 of 3 kg, van dokter, danku. Ik voel me beter. Yes, we zijn goed bezig.

STÉPHANIE: Ja ik vind het mooi hoe dat ge spreekt over u terug beter voelen, omdat dat dat iets, dat is een ruim begrip natuurijk, dat is een stuk inderdaad u lichamelijk beter voelen, maar er zijn andere motivaties…

BERT: Ja, ge zit met jonge kinderen in huis, die sowieso al afmattend zijn, eum, en ge denkt ook gewoon aan later.

ASTRID: Maar ge ziet het gewoon, als mijn patiënten terugkomen, zie ik dat niet aan de weegschaal, maar zie ik dat hoe dat ze stralen. En dan maakt dat inderdaad ook niet uit of dat 86 of 82 is, ge zijt gewoon keigoed bezig, waauw. Die stralen, die hebben inderdaad, die zien hun net kleren een beetje veranderd, en of het, en inderdaad is dat vaak de go om beter te gaan en verder te doen, en is dan net wel die 3 kg zoiets van, yes! En ik zeg het tegen patiënten vaak, met Saxenda dan bv, dat is dieje positieve, dat duwtje in de rug dat je dan gaat krijgen, als dat dan aanslaat, dat dat zo dieje positieve energie gaat geven om door te gaan en goed te voelen, want dat is toch wat we allemaal wel willen, ons goed voelen.

BERT: Ge hebt het al gehad over jonge vrouwen die nog kinderen gaan krijgen, over mannen met een slechte levensverwachting als dat bmi niet in orde zit. Zijn er zo nog belangrijke verschillen als het gaat over geslacht dat ge ziet vanuit zo hormonaal of vanuit stofwisseling, tussen…

ASTRID: Ja. Ja, wij zijn vrouwen eh Stéphanie…

STÉPHANIE: Ja, vreselijk eh!

gelach

ASTRID: Nee, nee, nee…

STÉPHANIE: ah?

ASTRID: Wij hebben een streepje voor. 

STÉPHANIE: Ja?

ASTRID: Metabool gezien zijn vrouwen eigen tot de menopauze eigenlijk gezonder. Omdat vrouwelijk hormoon gaat eigenlijk een heel positief effect hebben metabool. Dus ene keer als ge in de menopauze gaat, zeker als dat ne heel abrupte is, is dat vaak een groot probleem. Dus ik zie eigenlijk de meeste obesitaspatiënten of mensen die dat met problemen zich consulteren, zijn toch wel die postmenopauzale vrouwen of in den overgang. Want ook, ik ben nog niet in de menopauze eh dokter, per definitie als een vrouw 48 jaar is, zijn haar eicellen bijna op. Want ge zijt er mee geboren, en ge hebt er geen nieuwe meer, en die gaan elke maand, verliest ge er een paar. Dus per definitie, als ge 48 bent, zit ge in de, wij noemen dat het climacterium. Vaak zo, ik ben er nog niet in, want mijne dokter heeft bloed genomen. Maar ja, per definitie hebben die toch een meer fluctuerend oestrogeenspiegel. En eum ja. Dat is inderdaad een groot verschil.

En ene keer dat ge dan in de menopauze zit, gaat ge eigenlijk geen oestrogenen meer maken.

STÉPHANIE: Want, oestrogenen zijn dan eigenlijk degenen die die beschermende werking hebben

ASTRID: Ja, ja. Is ook zo. Je hebt daar ook studies over, ja, het gezonde en het ongezonde vet. Dan ziet ge eigenlijk toch wel dat die oestrogenen u gaan helpen om eigenlijk eerder naar de gezonde vetverdeling te gaan. En ene keer dat ge dan in de menopauze bent, gaat ge eigenlijk meer mannelijk hormoon hebben, en zelfs meer mannelijk hormoon. Dus ja, om het anders te zeggen. Onze mannen dan, als mannen ouder worden blijven ook mannelijk hormoon maken eh, maar dus, gaan eigenlijk ook zelf meer vrouwelijk hormoon hebben dan een postmenopauzale vrouwen. Dus ne man van 70 eigenlijk heeft meer vrouwelijk hormoon dan een vrouw van 70. Dat is wel bijzonder.

Ik heb een keer een oudere dame die in de jaren 80 dus een transvrouw is geworden en die krijgt dus progynova, een hogere dosis vrouwelijk hormoon en zij is naar mij gekomen, eum, ik denk dat zij ondertussen al in de 70 is. En ik eigenlijk zo gedacht, oei, moet ik ze nu ook postmenopauzaal maken?

lacht

En ik heb dat dan eigenlijk aan Guy ‘t Sjoen, de professor in Gent gevraagd, en die zei, eigenlijk doen we dat niet. Dus die, eigenlijk hebben die dan ook een streepje voor, de transvrouwen gaan niet in menopauze, en hebben dus eigenlijk die positieve effecten van dat vrouwelijk hormoon nog veel langer. Natuurlijk, als vrouw, als we veel vrouwelijk hormoon, dat heeft ook weer risico op later als we daar gevoelig aan zijn, op borstkanker en dus ja, op een gegeven moment is het wel beter, naar hormonale substitutie, ge zou kunnen zeggen, ja we geven die gewoon allemaal vrouwelijke hormonen, eh die vrouwen, eh, dat doen we niet, omdat de baarmoeder en ook de borstklierweefsel is heel gevoelig aan vrouwelijk hormoon, en gaat dan bv meer risico hebben op…

STÉPHANIE: Wat dat ik nu wel spontaan denk, want ge zegt oké, we hebben als vrouwen wel een streepje voor, maar de hormonale cyclus van de vrouw lijkt toch veel intenser, ook als het gaat om craving of goesting naar vanalles, en het lijkt toch dat mannen daar minder onderhevig aan zijn.

ASTRID: Ja, da’s wel waar. Ja. Dat is zo. Wij hebben meer onze cyclus. Hoewel dat mannen ook wel meer hun cycli gaan hebben. Ge ziet ook wel dat testosteronspiegels in de zomer zijn die hoger dan in de winter, dus denk dat mannen ook wel zo wat, dat is ook niet elke dag evenveel. Dus eh, ik denk dat dat, ja, toch niet alleen, misschien zijn we als vrouw dan ietske meer, wijten we dat daar misschien ook wel snel aan, aan het is van mijn maandstonden, en is dat ook weer wat cultureel van, oei oei haar maandstonden, alé, daar zou, daar moet ge niet te snel in trappen. Maar uiteraard gaan die fluctuaties wel iets doen eh, we zien in de tweede helft van de cyclus bv het mannelijk hormoon wat stijgen, bv ook dat acne geeft vaak voor uw maandstonden. Dus er zijn inderdaad wel veel meer schommelingen dan bij ne man. Maar om dat dat…

ASTRID: bv. dan zwangere vrouwen met zwangerschapsdiabetes da’s vaak, oké, ge hebt nu een probleem, ge hebt 8/10, we gaan dat terug in orde brengen, maar eigenlijk moet ge dat positief zien, als zijnde, ge hebt nu een signaal van kijk, als gij, ge hebt iets, uw metabolisme is toch als dat in stress komt, heeft dat een probleem. Dus ik zeg dat, hou je gewicht goed in het oog, ook als je later bevallen bent, probeer je gewicht in het oog te houden, probeer je zwangerschapskilo’s kwijt te geraken, want ge hebt wel iets in u, ook met meer stress, slecht slapen, gewichtstoename, hebde gij meer risico om meer risico om ongunstig metabool te evolueren. 

En bv mannen hebben dat niet. Dus, ik zie jonge vrouwen waartegen dat ik het al eens kan zeggen, maar wanneer gaat dieje gezonde papa naar de dokter, ja met zijne kleine voor ne snotneus, en dan gaat dieje huisdokter niet zeggen, hela, meneer, maar ge weegt wel te veel. En da’s ook heel moeilijk, da’ s ook heel stigmatiserend, want ja die voelt zich goe, en misschien zegt die, mijn gewicht is oké. Dus ik denk dat daar mannen misschien wat een nadeel hebben dat die zo minder in het medische circuit terecht komen.

BERT: Want dat is ook het punt waarbij ik zelf x aantal jaar geleden bij de huisarts ben binnengestapt met een hulpvraag, omdat ik zelf, werkgerelateerd softwareprojecten deed in de gezondheidszorg. Ik zat in de slaapkliniek, ik zat in transplantatie, met transplantatieartsen, ik zat in oncologie, en ik zag daar altijd hetzelfde verhaal voorbij komen. Mensen met overgewicht. En ik was zelf nog geen 30 en ik had zoiets van, oei maar dit ziet er niet rooskleurig uit voor mij. Ik ben toen naar de huisarts gestapt en ik zeg, ik maak mij zorgen. Nu ca va wel, en ik voel mij wel oké, ja, minder zou tof zijn, maar binnen 20 jaar, da’s niet het verhaal dat ik voor mijzelf zien.

ASTRID: Nee, maar dat is dan ook wel knap eh. Ik denk, alé, kennis motiveert niet. Eh, ik vind dat bv wel knap dat u dat wel getriggerd heeft, want dat is een uitzondering eh. Dus vaak zijn het heel andere dingen dat ons patiënten gaan motiveren.

BERT: Maar langs de andere kant, ik wist dat dan wel, en ik ben toen ook wel naar de huisarts geweest met die zorg, maar het heeft wel jaren geduurd vooraleer er iets veranderd is, en nu, in intensieve begeleiding, maar de weg dat ik ondertussen heb afgelegd, die kennis was niet voldoende om mijn gedrag te veranderen.

ASTRID: Awel, omdat kennis niet motiveert. Dat is ook zo. Ik kan inderdaad tegen patiënten zeggen, ja maar dat is niet goed, want ge krijgt dan diabetes, ge krijgt dan dit. Maar dat motiveert niet. Bv ook diabetes, bij obesitaspatiënten ook, want is eigenlijk hunne trigger, of wat vinden ze belangrijk, en waarvoor doen ze het wel, dus waarden en normen, eh, in onze maatschappij, maar ook als individu eh, wat, en dat is heel belangrijk, iemand begrijpen, wat die zijn waarden en normen zijn eh. En dat hebben we allemaal eh.

STÉPHANIE: Dat is gelijk gij daarstraks zei eh, ik wil nog achter mijn kinderen kunnen aanlopen, ik wil niet dat zij winnen met tikkertje spelen eh. Alé, het is…

ASTRID: Hmm, en dat is dan een waarde en norm, en als ge dan gaat inzien, met dit gewicht gaat die waarde dat ik eigenlijk voor mijzelf zie niet zijn, dan gaat ge wel iets doen eh. Mensen, dat is vaak zo dat ge, inderdaad kinderen, kleinkinderen, een hobby,… Ik weet dat eigenlijk van al mijn patiënten wat die hun hobby is, gewoon omdat dat vaak heel belangrijk is omdat te weten om daar naartoe te verwijzen om op een positieve manier eigenlijk te draaien dat het eigenlijk wel belangrijk, het leven is mooi, en als we dan ons best doen om onze gezondheid ook in het oog te houden, dat we dan eigenlijk een lang en een goei leven kunnen hebben.

kort muziekje

BERT: Zit je na deze aflevering nog met vragen? Alle informatie over dit gesprek en een verklarende woordenlijst met de verschillende hormonen kan je terugvinden op onze website eetgewoon.be

einde