Controle

Eet Gewoon podcast #2 met Els Verheyen

Alle remmen los of de broeksriem wat strakker. Ons eetgedrag wordt vaak gezien als iets waarover we veel of weinig controle hebben. Hebben we effectief controle over wat we eten of is dit slechts een illusie? Ook over eetstoornissen horen we vaak ‘het gaat niet om het eten, het draait om controle’. We nodigden Els Verheyen uit. Zij is ervaringsprofessional eetstoornissen en gaat met ons in gesprek over dit thema.

Show Notes

We bundelen besproken en aanvullende informatie in ‘show notes’. Deze aantekeningen geven onder meer informatie over de gasten; verwijzingen naar boeken, websites, of andere bronnen die tijdens het gesprek aan bod kwamen; en bevatten enkele spraakmakende quotes. De show notes geven op die manier een tekstueel overzicht van de podcast aflevering.

Verwijzingen:

Transcript

We schrijven elke aflevering woord voor woord uit in een ‘transcript’. Zo kan je de Eet Gewoon podcast ook lezen.

begin muziek

STÉPHANIE: In deze aflevering hebben we het over controle. Omdat we vanuit de wetenschap en ook vanuit onze eigen ervaringen weten dat controle toch wel vaak een terugkerend thema is, gaan we kijken naar controle als een van de belangrijke functies van ons eetgedrag zowel bij mensen met eetstoornissen, maar ook bij mensen die niet worstelen met een eetproblematiek.

BERT: We hebben bij ons een pscycholoog, psychotherapeut, ervaringsprofessional, ze werkt als docent aan de UCLL, ze is voorzitter van ANBN – een vereniging voor personen met eetstoornissen, en werkt in haar praktijk voedsel voor de ziel in Leuven. Ze schreef mee aan de boeken ‘Overleven met een eetstoornis’ en ‘Help! Mijn kind heeft een eetstoornis’. Welkom, Els Verheyen.

ELS: Hallo

muziek

BERT: Ik zei net al in de introductie ervaringsprofessional, kan je daar misschien wat meer over vertellen, of wat houdt dat precies in?

ELS: Eigenlijk betekend dat dat ik een opgeleide psycholoog/psychotherapeut ben die daarnaast zelf een eetstoornis heeft gehad en die ervaringen ook inzet in het therapie geven. Dus ja, ik gebruik mijn eigen ervaringen uit mijn verleden om mensen in therapie verder te begeleiden.

STÉPHANIE: En wat zijn daar zo de grootste voordelen van?

ELS: Goh, wat ik zelf daarin merk, en wat we ook wel weten van andere ervaringsprofessionals is dat zo mensen zich heel snel gehoord en erkend voelen. Zo voelen van die weet wel waar dat het over gaat. Dat je bepaalde dingen soms ook wel sneller durft in vraag stellen, omdat we allebei weten waadt het over gaat en wat de moeilijkheden zijn. Zo toch nog wat minder taboe, minder schaamte merk ik zelf ook. Zo van ja, ik kan dat tegen u wel zeggen, want je weet wel hoe het is.

STÉPHANIE: Ja, dat de drempel minder groot is?

ELS: Ja, eigenlijk wel ja.

STÉPHANIE: Vind je het zelfs soms moeilijk? Dat is iets waar ik het zelf soms wel moeilijk mee heb om die balans te vinden van hoe open ben je en wanneer ben je open, wat deel je wel en wat deel je niet?

ELS: Ja, ik denk dat dat zeker in het begin, want we zijn ondertussen 2 jaar met de praktijk [voedsel voor de ziel] bezig, en zeker in het begin was dat wel wat zoeken, want hier in Vlaanderen is daar niet echt een opleiding voor. Maar hoe meer ervaring je daarmee krijgt vind ik, hoe beter je dat wel aanvoelt, hoe beter je dat ook wel kan aftoetsen van ja was dit helpend voor jou dat ik dat zo gedeeld heb, maar dat is soms inderdaad wat aanvoelen ook.

STÉPHANIE: Een beetje zoeken

ELS: Ja

STÉPHANIE: Heb je ook al mensen gehad bij wie dat je opmerkte dat dat het net moeilijker maakte? Of dat

ELS: Ja, er zijn soms mensen die daar niet echt een boodschap aan hebben. Die zoiets hebben ik kom hier nu voor mijn problemen en ik wil daar zelf mee aan de slag. Maar dan zet je dat stukje ook minder in, ja.

STÉPHANIE: Ja, dat is inderdaad zoals je zegt wat zoeken en aanvoelen

ELS: Ja, zeker.

STÉPHANIE: Waar we het vandaag vooraal gaan over hebben, van eetgedrag of de functie van eetgedrag heeft heel vaak heeft dat te maken met controle, en zeker als het gaat over eetstoornissen, dan hoor je ook heel vaak het gaat helemaal niet over dat eten maar het gaat heel vaak over controle. Kan je even toelichten hoe je dat zelf ziet? Vanuit uw eigen ervaringen, maar ook vanuit de mensen die je begeleidt?

ELS: Ik denk dat dat inderdaad een van de heel belangrijke functies is. Dat zeggen mensen ook, van er is zoveel in mijn leven waar ik zelf geen vat op heb of dat ik echt lastig vindt, en dit is zo een ding waar ik wel zelf controle over heb. En als we het dan hebben over controle, dan gaat dat vooral over zelfcontrole, op een dwangmatige manier eigenlijk. Toch zeker als het gaat over eetstoornissen, maar daar zo hard in doorschieten dat de dingen heel rigide worden. En als het gaat over mijn eigen ervaringen daarmee dan is dat ook zo dat ik die problemen heb ontwikkeld in een periode dat er bij mij thuis heel veel veranderingen waren, dat ik mij heel onzeker begon te voelen, en dat dat voor mij echt zo een manier was om toch ergens wat houvast te voelen.

STÉPHANIE: Herkenbaar

BERT: Bij uzelf heb je het dan over die veranderingen, die onzekerheid die daar dan mee gepaard gaat, zijn er zo nog oorzaken die je ziet in waarvan je denk dat zijn oorzaken waardoor mensen op zoek gaan naar controle?

ELS: Trauma, mensen die grensoverschrijdingen hebben ervaren, die dat wat gebruiken als een manier om vat te krijgen op hun eigen lichaam en zich dat weer toe te eigenen. Dat is ook iets wat ik wel vaker tegenkom. Grote levensveranderingen ook, of periodes van veel onzekerheid, veel onduidelijkheid, zo overgang van lagere school naar middelbare school, of van middelbare school naar hoger onderwijs. Daar zijn zoveel nieuwe dingen die er op u staan te wachten, dat is heel, dat voelt heel onveilig. Dus onzekerheid, onveiligheid zijn zo wel twee factoren waarvan ik van denk die komen wel vaak voor als aanleiding om in controle door te schieten.

STÉPHANIE Als het gaat over oorzaken hoor je toch ook vaak dat er wat kenmerken zijn van de persoon die bijvoorbeeld ook wel een invloed kunnen hebben op het ontwikkelen van of de behoefte hebben van het hebben van controle.

ELS: Zeker, ja, ik denk dan bijvoorbeeld aan perfectionisme. Als je de lat voor uzelf heel hoog legt, dan is het ook ergens wel logisch, of een logische gevolg zou ik zeggen dat je uzelf strikte regels gaat opleggen. Van ik moet dat behalen, en als ik dat niet haal is het niet goed genoeg. Dus daarin zie je ook dat stuk controle terug. En angstig zijn. Zo wat een onzekere, angstige aard. Als de dingen heel onduidelijk worden in uw leven, dat je daar niet goed mee om kan. Dat je daar heel angstig en onzeker van wordt.

STÉPHANIE: Ik volg volledig hoe dan op die manier de controle over uw eten nemen, dat dat dan houvast kan geven. Maar ik denk als je kijkt naar de algemene populatie, is dat niet iets wat mensen misschien altijd wel doen? Vanaf het moment dat er wat onzekerheid is, dat ze wat gaan zoeken op welke manier dan ook naar houvast.

ELS: Naar houvast, ja, zeker. En voor sommige mensen is dat lijstjes maken of hun huis opruimen. Zo op zoek gaan inderdaad naar projecten of naar houvast of duidelijkheid of overzicht, ja zeker.

STÉPHANIE: Ik zag u lachen Bert, herkenbaar?

BERT: Zeer herkenbaar, ja, een combinatie van

gelach

STÉPHANIE: Ik denk soms, wat ik ook zo merk in bijvoorbeeld ook de mensen die ik begeleid. Ik heb zo soms het gevoel dat het een weegschaal is. Dat je, hoe meer oncontroleerbare factoren in het dagelijkse leven hoe meer je op zoek gaat naar die controle en houvast, en dat ik mij soms ook de vraag stel van zijn we er tot toe in staat om die houvast niet nodig te hebben, zolang dat de context niet verandert?

ELS: inderdaad, ja

STÉPHANIE: Zolang dat die oncontroleerbare factoren er blijven, ben je dan in staat om die houvast los te laten?

ELS: ja, dat denk ik soms ook, ja. Het is eigenlijk echt een coping mechanisme op die moment. Het is een manier om te overleven, om ermee om te gaan, ja zeker.

STÉPHANIE: Want hoe ga jij daar in de praktijk mee om?

ELS: Vaak heeft dat onder andere daarmee te maken, naar zoeken van ok deze situatie voelt niet ok voor u, maar wat heb je dan nodig om daar wat rust in te vinden? Om daar op een wat gezondere manier wat duidelijkheid in te krijgen voor uzelf? Soms gaat dat over, zeker als het bijvoorbeeld gaat over spanningen met andere mensen, dan gaat het over die spanningen uitspreken of zoeken naar een verhouding tot die andere personen, waardoor je wat minder onderuit gehaald wordt bijvoorbeeld. Dat is zo een stukje, dat gaat dan over het relationele

STÉPHANIE: Dat hangt dan misschien ook samen met wat je eerder zei met mensen die wat angstig zijn, mensen die niet voor hun mening durven opkomen, of misschien wat sneller zichzelf naar achter gaan schuiven?

ELS: Ja, inderdaad, en die conflicten ook vermijden vanuit angst voor wat er misschien zou kunnen gebeuren.

STÉPHANIE: Wat voor heel veel oncontroleerbaarheid zorgt

ELS: Inderdaad, ja. En voor de rest gaat het ook heel erg naar op zoek naar wat is het waar je bang voor bent? Zo omgaan, zoeken naar wat is het dat u zo angstig maakt? Of onveilig doet voelen? Want als mensen zo vast zitten in die regels die ze zichzelf hebben opgelegd, ze weten vaak niet meer waar dat dat eigenlijk echt mee te maken heeft.

STÉPHANIE Waar ze voor dienen

ELS: Ja, zeker als dat dag in dag uit zo in uw hoofd speelt, dan verlies je zo die link met waar het eigenlijk echt voor dient.

BERT: En is dat iets die je ziet bij de verschillende types eetstoornissen? Of is dat iets die bij het ene wat meer dan bij het andere tot uiting komt?

ELS: Ik denk dat het thema controle eigenlijk bij alle problemen wel wat voorkomt, maar dat de manier waarop het zich uit anders is. Bijvoorbeeld bij anorexia, maar dan zo het beperkende type, dus mensen die vooral vasten en vooral op die manier gewicht proberen te verliezen of hun eten onder controle willen houden heel strikt. Daar zie je dat dat een heel strikte zelfcontrole is, met heel veel regels, waar niet van afgeweken wordt. Terwijl bij mensen die ook eetbuien hebben zie je dat die controle af en toe verloren wordt. Mensen voelen zich daar dan heel lastig rond, zo van ik zou eigenlijk willen dat ik dat allemaal zo goed onder controle zou kunnen hebben, maar af en toe dan schiet het helemaal door. Dus het onderliggende thema is wel hetzelfde maar het ziet er wat anders uit. En zeker als mensen controle verliezen komt daar ook nog een heel stuk schaamte en schuldgevoel ook nog eens extra bovenop. Ik denk dat alles wat te maken heeft met zelfwaardering, alles wat te maken heeft met eten gebruiken als coping mechanisme, dat is voor alle soorten hetzelfde. En ook gewoon de hoeveelheid piekergedachten errond, dat is ook voor allemaal hetzelfde. Bij ANBN hebben we een praatgroep waar we, we splitsen dat niet op per problematiek, dus dat zijn alle problematieken door elkaar en mensen denken dat soms wel van oei, ga ik mij in die groep wel thuis voelen? Omdat de problematiek er zo wel wat anders uitziet, maar als zij in gesprek beginnen gaan, dan voelen ze wel dat het onderliggende is wel hetzelfde maar bij u ziet dat er zo uit, en bij mij ziet dat er zo uit.

STÉPHANIE: Maar onderliggende thema’s zijn wel

ELS: Ja

BERT: Dat vond ik zelf ook wel frappant om te ontdekken hoe hard die eigenlijk op elkaar gelijken, tot op het punt waarbij ik mezelf afvroeg van ja, maar wat voor zin heeft het nog om die te gaan opsplitsen omdat het maatschappelijk beeld die van die stoornissen bestaat toch wel heel stereotyperend is en misschien niet altijd correct. Dat ik zelf ervaarde van maar wacht, er linkt veel meer dan dat ik op voorhand dacht.

STÉPHANIE: Nu, ik weet als het aankomt op begeleiding, zijn er naast die gelijkenissen toch ook wel een aantal verschillen, wat zijn voor u zo de zaken in begeleiding waarvan je zegt dit heeft toch wel meer een specifieke aanpak nodig?

ELS: Ik vind dat als je voorstelt om een stap te zetten, om bijvoorbeeld een nieuw voedingsmiddel toe te voegen aan een eetpatroon, dat dat voor mensen met anorexia toch veel meer, veel spannender is dan voor mensen die eetbuien hebben. Omdat zij vaak in hun eetbuien wel zo’n dingen eten. Dus tijdens de eetbuien eten mensen verboden voedsel zoals ze dat dan zeggen, en ik vind dat dat zo wel een van de dingen is die wat anders is. Daarnaast denk ik dat vooral ook zo het onderliggende, het werken rond die controle, dat is toch ook wel wat anders natuurlijk. Als je dat minder ervaart, dat controleverlies, ok dat is iets waar je veel schrik voor hebt, maar het is er nog niet. Terwijl bij mensen die veelvuldig eetbuien hebben, daar is het heel de tijd dat controleverlies. En het uzelf neerhalen ook nog eens daarrond, die interne criticus die u zo zegt weeral gefaald, wat een loser ben je, enzo verder. Daar moet je dan ook mee aan de slag, dat is misschien toch wel iets anders.

STÉPHANIE: Heeft dat ook iets te maken met het idee, want, ik weet niet of het klopt, dat is dan een hypothese van mij, in onze maatschappij is er toch ook zoiets van de maakbaarheid van wie we zijn, en zolang we onszelf onder controle hebben en maar heel hard ons best doen zijn we goed bezig en vanaf het moment dat we dat verliezen zijn we gefaald om het zo te zeggen?

ELS: Ja, ik denk dat dat er zeker in zit. Dat is toch ook iets dat ik regelmatig mensen hoor zeggen. Dat speelt zeker mee.

muziek

STÉPHANIE: We hebben het gehad over de gelijkenissen, maar hoe zou je die verschillen bijvoorbeeld op manier van controle, hoe zou je dat omschrijven?

ELS: Ik denk dat dat, ik zou eigenlijk zeggen dat bij anorexia de rem er teveel op staat, dat zo die motor die wil wel gaan maar de rem staat zo hard opdat dat zo beperkt wordt. Terwijl mensen met eetbuien, bij boulimie of bij eetbuistoornis dat de rem daar eigenlijk niet meer goed werkt, dat die er zo af en toe ineens af schiet. Het zijn twee uitersten bijna van een spectrum, ofwel veel te veel controle of wel te weinig controle. Ik denk dat dat zowat het verschil is tussen de twee.

STÉPHANIE: En heb je een idee wat maakt dat je, welke oorzaak of welke factoren ervoor zorgen dat je misschien meer naar de ene kant zou schieten of

ELS: Ja, daar is wel wat onderzoek naar, en dat heeft zowat to maken met persoonlijkheidsfactoren. Sommige mensen gaan eerder wat dwangmatiger van aard zijn, terwijl anderen restrictief van aard zijn, terwijl dat andere mensen zo heel erg, die zien iets lekker of die ruiken iets lekker en die worden daar heel erg door geprikkeld.

STÉPHANIE: Zo het extern eten wat ze zo noemen?

ELS: Ja, terwijl dat mensen die wat meer beperkend zijn, dat zijn vaak ook mensen die dingen ook, ook dingen die positief zijn meer gaan vermijden. Die zo wat meer aan de vermijdende kant van het spectrum zitten.

BERT: En kan het ook niet zijn, ik denk dan puur ook over mijn eigen situatie, dat die vermijding dan misschien op andere vlakken zit? En die rem dan er dan op andere vlakken er dan zo hard op staat, dat het eten dan bijna nodig is om een soort uitlaatklep te hebben, om daar een uitweg uit te hebben?

STÉPHANIE: Ja, want ik weet, bij mezelf ook, en ik denk ook met heel wat mensen met een eetstoornis, bij mij is het ook omgeslaan van eerst anorexia dan naar boulimia, dus het is ook niet dat het dan iets zo heel strikt is binnen een individu dat dat niet kan veranderen, dat het zo strikt het ene of het andere is.

ELS: En dat heeft dan denk ik met uw biologie ook te maken, met hormonen die allemaal uit evenwicht zijn, ja.

BERT: En zie je ook soms het omgekeerde, dat iemand met eetbuien dan bijvoorbeeld in een heel restrictief eetpatroon belandt?

ELS: Dat kan ook, ja. Het kan alle kanten uit. Ik denk wel dat zo de evolutie van anorexia naar eetbuien, dat dat vaker voorkomt dan andersom. Dat zie ik in de praktijk toch, maar dat kan inderdaad. Dat mensen zo’n periode hebben, bijvoorbeeld mensen maken een soort depressieve periode door waarin ze heel veel eten, waarin dan zo niet duidelijk is is het nu een depressie of is het nu een eetbuistoornis? En dan nadien ineens zo in een fase komen waar ze er heel sterk de rem op zetten, en dan in iets heel restrictief terechtkomen, dat zie ik zeker ook wel.

BERT: En dan in een soort slinger?

ELS: Ja

muziek

BERT: Maar een vraag die ik mij ook wel stel, in hoeverre dat we effectief controle kunnen hebben over ons eetgedrag, want als je kijkt naar hypes van het moment over dan het vasten of het restrictief bepaalde zaken uit uw dieet mijden, dan denk ik in de hele maatschappij zijn we daar heel fel mee bezig met proberen controle te hebben over, maar

ELS: Maar dat loopt ook heel vaak mis. Mensen die op dieet zijn, de kans is heel groot dat die een jaar nadien weer terug op hetzelfde gewicht als voordien zaten, of zelfs meer. Dus ik denk dat er zo hard mee bezig zijn, en zo gefocust op zijn, dat dat niet echt helpt.

STÉPHANIE: In welke mate controle ook niet een illusie is. Het idee te denken dat we het door het te controleren in de hand kunnen hebben.

ELS: Een stukje van de eetstoornis behandelen is ook weer daar terug wat losser in worden. Daar terug weer wat in experimenteren, daar wat flexibeler in worden in plaats van alleen bepaalde producten te eten, de gezonde of veilige lijst en de verboden lijst zoals mensen dat dan zelf noemen, dat die verboden lijst dan weer wat kleiner wordt en de veilige lijst weer wat groter kan worden, dat doe je ook alleen maar door daar mee te experimenteren en daar wat losser in te worden. En ook te leren dat voeding eigenlijk energie is voor uw lichaam. En dat waar je dat dan exact uit haalt, als dat wat evenwichtig is maakt dat niet zo uit.

BERT: Ik vond dat zelf heel moeilijk, om dat idee los te laten van er is gezond eten en niet gezond eten. Zo, omdat dat ook vanuit de omgeving heel fel zo gezien wordt. Als je dan bijvoorbeeld laat vallen van het gaat echt goed met mij nu, het gaat goed met m’n eten “ah, ik ben blij dat je gezond eet nu”, terwijl technisch gezien is het net dat wat ik niet aan doen ben, en dan wordt het moeilijk.

STÉPHANIE: Ik vraag me dan ook af, als je dan zo zegt van mensen moeten dat dan stilletjes terug loslaten, die controle. Ik weet ook vanuit de praktijk, en ook voor mezelf vanuit m’n eigen ervaringen dat dat voor heel veel mensen iets heel eng is of iets heel angstaanjagend. Vanuit dat idee van ik ga de controle dan volledig verliezen. Hoe ga je daar mee om?

ELS: Mensen daar op voorbereiden, van dat is een angst die je hebt, wat zou je kunnen doen om te vermijden dat dat inderdaad zou gebeuren dat je helemaal de controle zou verliezen. Dat gaat dan over van restrictie naar eetbuien evolueren.

STÉPHANIE: Iets wat ook niet zelden

ELS: Nee, het is dat, het is ook iets dat wel gebeurt bij ongeveer de helft van de mensen met anorexia van het restrictieve gaat het naar eetbui-type. Dus het is een realiteit waar we wel aandacht voor moeten hebben. En ik denk dat dat, ik werk daarvoor ook met een aantal diëtisten samen die dat ook eigenlijk wel op een heel mooie manier aanpakken door heel stapsgewijs een eetpatroon wat op te bouwen, waardoor de sprongen ook niet zo gigantisch zijn. Dat is echt zo in samenspraak en kijken van ok, wat is voor u een stap die jij nu kan zetten. Dat gaat angst met zich meebrengen, daar ook wel wat op voorbereiden. Dat gaat angst en onrust en ambetantigheid geven, wat kan je dan gaan doen? Als dat opkomt, wat zou u dan kunnen helpen? En voor sommigen is dat dan met iemand gaan praten, of even afleiding zoeken, tv kijken, of een wandeling maken. Maar mensen daar wat op voorbereiden ook dat dat gaat komen.

STÉPHANIE: Ik vind het heel interessant wat je zegt dat de stapjes mogen zeker niet te groot zijn, ik herinner mij bijvoorbeeld nog een moment heel helder, ik was in begeleiding bij een diëtiste en ik was heel trots want ik was naar de broodjeszaak geweest en ik had daar een belegd broodje besteld zonder saus nog wel, maar toch dat was op dat moment al een gigantische stap. En ik vertelde dat dan vol trots bij de diëtiste en zij vraagt op dat moment “en waarom zonder saus?” En ik voelde echt zo de moed in mijn schoenen zakken, want ik was op dat moment zo trots en dat, dus ik snap heel goed hoe belangrijk het is om die stapjes heel goed af te stemmen. Want ik ook wel merk, als het dan te snel gaat, of ge loopt uzelf wat voorbij, dat het al snel iets heel zwart/wit wordt. Dat als je het u dan een keer toelaat, dat je dan op cognitief niveau op een bepaald moment zoiets hebt van het is nu toch al om zeep en dan blijf je gewoon gaan, want het is toch al om zeep. En misschien ook al, zoals eerder gezegd, ook op fysiek vlak. Dat je na een heel tijd heel restrictief gegeten hebt, dat ook de fysieke behoefte dat die zo moeilijk te onderdrukken is, dat dat er ook voor zorgt dat je veel meer gaat eten of het heel moeilijk is om het nog te controleren.

ELS: Dan komt die fysieke drang ook echt. Ja, dat is ook iets dat mensen zeggen, van dat dat zo sterk is dat ze er niet aan kunnen weerstaan. Vanuit de uithongering. En dat is moeilijk, dat is echt moeilijk.

BERT: En is dat iets die dan te vermijden valt door bijvoorbeeld die klein stapjes te pakken?

ELS: Ik heb de indruk van wel. Ik ga niet zeggen dat dat voor iedereen zo goed werkt, maar ik heb de indruk dat de kans dat mensen dan gaan doorschieten, dat dat toch echt wel veel kleiner wordt, ja.

STÉPHANIE: Ik denk dat we daar ook wel een beetje naar op zoek zijn. De vraag van, zowel mensen met een eetstoornis als mensen gewoon in het dagelijkse leven die zo het idee hebben van oei ik verlies hier de controle, die wat houvast hebben, op zich is daar ook niets mis mee om dat af en toe te doen, maar vanaf wanneer wordt dat dan iets problematisch? Of vanaf wanneer?

ELS: Dat is ook zoiets die niet zo zwart/wit is natuurlijk. En dat is de moeilijkheid om dan te zeggen, omdat het zo van licht naar donker gaat, van waar is dan de grens? Voor mij heeft dat te maken dat het iets dwangmatig krijgt, en dat je, dat je denkt dat je de controle hebt, maar dat het eigenlijk u gaat overheersen en dat het zoveel tijd gaat in beslag nemen en zoveel beperkingen ook gaat meebrengen. Op het moment dat je niet meer met andere mensen gaat eten, of dat je etentjes afzegt, of dat je nog meer gaat sporten om iets te gaan compenseren. Zo’n dingen denk ik, dat is eigenlijk niet ok.

STÉPHANIE: Dat het eigenlijk op verschillende vlakken uw leven overneemt.

ELS: Ja

Muziek

BERT: We hebben het in deze aflevering eigenlijk nog helemaal niet gehad over gewicht. Zijn daar verschillen tussen, iemand met een te hoog gewicht, te laag gewicht, of een gemiddeld gewicht? Zijn daar verschillen in behandeling toe? Of in manieren van op zoek gaan naar controle?

ELS: Ik vind op zich dat er niet zo heel veel verschil is. Het enige waar ik me dan wat zorgen om maak, natuurlijk als mensen onder een bepaalde kritische zone komen, als dat gaat over bepaalde BMI’s die echt heel kritisch worden, ja, dan moet er wat meer zorg komen ook.

STÉPHANIE: Of boven [BMI]

ELS: Of boven ook, ja. Maar dat betekend dan eigenlijk nog meer multidisciplinair gaan werken. Voor de rest qua in de praktijk werken zie ik er niet zo veel verschil in. Uiteindelijk de onderliggende dingen en de piekergedachten en hoe mensen daar zo dwangmatig mee bezig zijn, dat kan op eender welk gewicht.

STÉPHANIE: Die twee staan eigenlijk volledig los van elkaar, ge kunt u perfect gelukkig of ongelukkig voelen op welk gewicht dan ook

ELS: Ja.

BERT: En is dat gewicht dan een soort bevestiging van ik heb controle, of ik ben controle verloren?

ELS: Ik denk dat wel. Op het moment dat je op de weegschaal staat en je ziet dat getal, en je hebt bijvoorbeeld de dag ervoor wat gevast, en je ziet het is minder, dat geeft wel ergens bevestiging, van dat is wat je wou en het is u ook gelukt. dus ik denk dat gewicht op dat gebied zeker wel een stukje is van dat controlemechanisme.

STÉPHANIE: En andersom misschien ook, dat dat ergens ook eetbuien kan uitlokken bijvoorbeeld op het moment dat je uw best gedaan hebt om het zo te zeggen, of eerder restrictief met eten bent omgegaan, je staat op de weegschaal, het is niet wat je verwachtte, dat dat net eetbuien kan triggeren

ELS: Ja, het is toch om zeep.

BERT: En omgekeerd, ook relativeren, je hebt een immense eetbui gehad, dan ga je op de weegschaal staan, “oh, cava wel”. En dan op een manier relativeert dat ook wel heel fel, waardoor het ergens normaliseert ofzo.

ELS: Zo van zoveel kwaad kan het dan toch niet. Je zou kunnen zeggen dat een tegenhanger van controle, dat dat eigenlijk autonomie is. Dat is niet helemaal vrij, of los gaan, maar dat is eigenlijk terug autonomie vinden in uw leven en zelf keuzes kunnen maken. In plaats van dat de keuzes u opgedrongen worden, dat je zelf bewuster kan kiezen van wil ik daar nu op ingaan of wil ik daar nu niet op ingaan. En wat heb ik eigenlijk nodig in mijn leven om mij echt gelukkig te voelen?

STÉPHANIE: En op een manier is dat ook controle nemen, maar op een heel andere manier.

ELS: Ja, op een heel andere manier.

BERT: Dat je zelf controle neemt in plaats van u laat controleren door omgeving, door eetgedrag

ELS: of door interne dingen, door emoties bijvoorbeeld.

STÉPHANIE: Zijn er zo zaken waarvan je zegt, dit heeft mij persoonlijk bijvoorbeeld heel erg geholpen in het meer kunnen loslaten van een aantal zaken of van het eten?

ELS: Er is zo een dingen dat ik wel wat grappig is ook, ik was en ben nog altijd perfectionistisch. En ik heb tijdens mijn studie psychologie een jaar moeten dubbelen. En dat was voor mij zoiets dat mag niet, ik wil zeker niet falen.

STÉPHANIE: Nu is dat de regel in plaats van de uitzondering.

ELS: Maar eigenlijk was dat een heel goede ervaring, zo de wereld vergaat niet door eens een jaar opnieuw te doen. En dat heeft mij eigenlijk heel veel rust gebracht, om zo te zien van ja en uiteindelijk geraak ik er zo ook wel. Zo het eens mogen falen, het eens mogen wat rustiger aan doen. En dan zo voelen van zo gaat het eigenlijk ook. Dat is zo een van de dingen die mij heel veel rust heeft gebracht.

STÉPHANIE: Iets extern eigenlijk, een ervaring die je hebt

ELS: En dan een aantal situaties waarin ik zelf keuzes heb gemaakt ook. Bewust kiezen om bijvoorbeeld met bepaalde mensen geen contact meer te hebben, of minder contact te hebben. Meer leren opkomen voor uzelf. Dat zijn zowel wat dingen die mij daarin wel geholpen hebben denk ik.

STÉPHANIE: Ja, want het gaat daar denk ik wel een stukje over, het gaat enerzijds over situaties die je meemaakt. En ik zei juist, het is iets extern bijvoorbeeld, maar uiteindelijk ook niet, want jij beslist wel zelf hoe kijk ik ernaar. Dat je ook daar een stukje zelf de controle neemt van hoe wil ik mij laten beïnvloeden door deze ervaring? Maar ook wel echt zelf dingen aanpakken of uit de weg gaan of zorgen voor uzelf eigenlijk.

ELS: Inderdaad, ja. Dat is eigenlijk dan andere manieren van coping toepassen dan het op uw eten uitwerken.

muziek einde